De belofte van beter functioneren

Er brak een moment aan waarop ik besefte dat alle pogingen die ik ondernam om te veranderen, niets wezenlijks hadden opgeleverd. Ik leerde beter functioneren en leerde veel bij over mezelf. Maar telkens bleef hetzelfde gewicht terugkeren. Vroeg of laat, in één of andere vorm.

Wat ik toen niet kon benoemen, maar nu wel zie, is hoe consequent we gedrag losmaken van zijn oorsprong. Alsof het zich uitsluitend in het heden afspeelt, alsof het daar ontstaan is.

We corrigeren, sturen bij en gaan op zoek naar alternatieven. Vaak zorgvuldig en met oprechte intenties. Maar zelden stellen we de vraag waarom bepaald gedrag er is gekomen. In welke context het zijn vorm kreeg, en waarvoor het juist diende.

Het ontstond ooit als antwoord en strategie binnen een specifieke context.  En zolang die oorspronkelijke betekenis niet gezien wordt, blijft verandering oppervlakkig. Hoe doordacht ze soms ook lijkt.

Pas in het recente verleden begon ik in te zien dat mijn verwoede pogingen niet faalden door een gebrek aan inzicht. Ze faalden door een verkeerd startpunt.

Ik was gefocust op veranderen wat zichtbaar was, zonder te onderzoeken waar het zijn oorsprong vond.

Alsof gedrag losstond van geschiedenis. Een karaktertrek. De aard van het beestje. Die vergissing zie ik niet alleen bij mezelf. Ze is vervlochten met onze visie op herstel, groei en functioneren. We richten ons vaak op wat nu stoort, en vergeten te vragen waartoe het ooit wél bijdroeg.

Wat mij opvalt, is hoe snel we geneigd zijn om gedrag te willen bijsturen zodra het ons begint te hinderen. We zoeken naar grenzen en naar betere gewoontes, alsof het probleem zich afspeelt in het heden. Los van wat eraan voorafging.

Maar veel van wat vandaag wringt, was ooit noodzakelijk om overeind te blijven. Het waren geen fouten, maar strategieën om spanning te dragen, verantwoordelijkheid op te nemen, of ruimte te geven aan anderen.

Wanneer we dat verleden buiten beschouwing laten, behandelen we gedrag als een defect in plaats van als een antwoord. En zolang we het antwoord niet begrijpen, of de oorspronkelijke vraag niet onderzoeken, blijft elke poging tot verandering tijdelijk.

Soms vraag ik me af of we gedrag liever niet aanpassen omdat we bang zijn voor wat er zichtbaar wordt als we ermee stoppen. Veel patronen houden niet alleen een mechanisme in stand, maar verbergen ook iets.

Ze beschermen. Ze zorgen ervoor dat we niet hoeven te voelen wat ooit te overweldigend was, of te lang heeft geduurd. In die zin is gedrag niet alleen een antwoord op het verleden, maar ook een manier om op afstand te blijven van wat daar nog leeft.

Misschien is dat waarom stoppen zelden eenvoudig is, ook wanneer we rationeel begrijpen dat het ons schaadt. Want wie stopt met doen wat altijd heeft gewerkt, verliest meer dan een gewoonte. Die verliest een rol, een zekerheid, en soms zelfs een identiteit.

Wat achterblijft is ruimte. En die ruimte is niet per definitie geruststellend, want ze vraagt om aanwezigheid zonder functie. Dat is geen vaardigheid die je jezelf kan aanleren, maar een toestand die je moet kunnen verdragen.

Daarom geloof ik steeds minder dat verandering begint bij wilskracht of discipline. Want wat aan de basis ligt, laat zich niet zomaar corrigeren zonder eerst gezien te worden. Pas wanneer we begrijpen wat we zo lang hebben gedragen, en vooral waarom, ontstaat er iets wat lijkt op keuze. Niet de keuze om anders te worden, maar om niet langer vast te houden aan wat ooit nodig was.

Misschien is het belangrijk om eerst terug te blikken zonder vooruitkijken. Om te aanvaarden wie we ooit moesten zijn, voordat we ons afvragen wie we nog kunnen worden.

Misschien is die erkenning de sleutel tot duurzame verandering.

Bekijk alle essays