Stilvallen zonder richting

Er komt een moment waarop stoppen niet langer de moeilijkste stap is. Dat het loslaten van oud gedrag niet de grote moeilijkheid blijkt te zijn. Maar wel wat zich daarna ontvouwt. Wanneer het oude systeem is afgebrokkeld, en er niet meteen iets nieuws klaarstaat om het te vervangen. Dat moment wordt zelden benoemd, omdat het ongemakkelijk is.

We kijken graag naar herstel als beweging. We spreken over vooruitgang, heroriëntatie en opnieuw beginnen. Maar we zeggen weinig over stilvallen zonder richting. Over de fase waarin geen enkel verhaal nog helemaal klopt. Waarin stoppen niet zozeer opluchting brengt, maar vooral blootlegt hoezeer identiteit vastzat aan functie en rol. Aan nodig zijn.

Zonder rol verdwijnt meer dan structuur. Er verdwijnt legitimatie. Je identiteit werd grotendeels bepaald door wat je deed: zorgen, dragen, oplossen, presteren. Wanneer dat wegvalt, ontstaat geen leegte die vanzelf wordt opgevuld, maar een stilte die vragen oproept. Wie ben je zonder die bepaalde rol of functie? Zonder bijdrage? Zonder dat iemand iets van je verwacht?

Die vragen worden moeilijk verdragen, waardoor we geneigd zijn ons snel te gaan heruitvinden. We noemen het groei, of zelfontwikkeling. Vaak is het geen groei, maar haast. Een poging om opnieuw samen te vallen met een bepaalde rol of functie, omdat het ondraaglijk voelt om niet te weten wie je bent zonder die houvast.

Betekenisloosheid wordt veel sneller bestreden dan uitputting.

Legitimatie of identiteit ontstaat binnen systemen die baat hebben bij aanpassing. Beschikbaarheid wordt verward met persoonlijkheid. Draagkracht wordt gezien als karakter. Betrouwbaarheid wordt geassocieerd met zelfbeeld. En dat werkt, tot het niet meer werkt. Pas wanneer het stopt, wordt zichtbaar hoe dun de grens is geworden tussen wie je bent en wat je (op)leverde.

In dat stadium wordt stilte verdacht. We willen er zo snel mogelijk doorheen, eroverheen, eruit. Maar misschien is het een essentiële stap in het proces. Net omdat er even niets meer te doen valt. Geen rol om in te stappen of scenario om te volgen.

Ik begin te vermoeden dat echte verandering niet ontstaat door een nieuwe identiteit aan te nemen, maar door tijdelijk geen identiteit te hebben die werkt. Door niet meteen te compenseren maar door even te blijven waar niets bewezen moet worden. Dat is geen romantisch proces, verre van. Het is ongemakkelijk, traag en sociaal vaak moeilijk vol te houden.

Omdat deze fase niks tastbaars oplevert of toont, wordt er weinig over gezegd. Maar wie ze niet overslaat, ontdekt iets bijzonders. Namelijk, dat identiteit geen bezit of prestatie is.

Ze verschijnt pas wanneer ze niet langer nodig is om te functioneren.

Bekijk alle essays