Tussen twee waarheden
Share
Soms bereik je een punt waarop de dingen niet compleet ontsporen, maar ook niet meer helemaal kloppen. Het leven loopt door. Alles draait, en verantwoordelijkheden blijven intact. Maar toch knaagt er iets onder de oppervlakte. Alsmaar luider, als een constante spanning of een gezoem dat nooit helemaal verstilt.
Op dat punt ben je niet meer wie je was, maar ook nog niet wie je aan het worden bent. Het oude functioneren lukt niet meer zoals vroeger. Wat ooit vanzelfsprekend was, begint meer en meer te wringen. Niet omdat het plots complexer geworden is, maar omdat het niet langer correleert met wat er vanbinnen leeft.
Dat is een lastige positie om je in te bevinden. Want de buitenwereld vraagt om herkenbaarheid en samenhang. Duidelijkheid. Terwijl er vanbinnen twee waarheden tegelijk aanwezig zijn, zonder dat ze elkaar kunnen vervangen. De ene stem weet hoe het moet, hoe het altijd gewerkt heeft. De andere voelt dat dit niet meer volstaat, dat het zo niet verder kan.
Die spanning wordt vaak geïnterpreteerd als twijfel of besluiteloosheid. Alsof het probleem is dat iemand opeens niet meer goed weet wat hij wil. Maar misschien is het net andersom. Misschien is dit fenomeen geen gebrek aan richting, maar een teveel aan waarheid. Twee stemmen die tegelijk spreken, zonder dat één ervan de bovenhand neemt, of de andere kan sussen.
Wat hier wringt is niet de onduidelijkheid, maar de weigering om één van beide kanten te verloochenen. Want de oude identiteit of stem was niet fout, ze was nodig. Ze droeg, hield vol. Ze nam verantwoordelijkheden op en hield het systeem draaiende.
Die nieuwe waarheid is geen afwijzing daarvan, maar een signaal dat wat gewerkt heeft nu niet langer volstaat.
In deze fase ontstaat vaak spanning en ongeduld. Van buitenaf, maar ook van binnenuit. Er wordt gezocht naar een nieuw nulpunt. Naar iets dat opnieuw klopt en voor harmonie zorgt. Maar misschien is die haast misplaatst. Misschien vraagt deze periode niet om actie of weerstand, maar om laten zijn.
Wanneer dat mag gebeuren, verandert er iets subtiels. De druk om te kiezen vermindert en de drang om alles te verklaren valt weg. Langzaam wordt zichtbaar dat identiteit geen vaststaand geheel is, maar iets wat zich herschikt wanneer het niet langer wordt vastgepind.
Misschien is dit de moeilijkste fase om te doorstaan, omdat ze vol zit met wat nog geen vorm heeft. Omdat ze vraagt om erin aanwezig te zijn zonder houvast. En omdat ze slechts één duidelijke belofte doet.
De belofte dat wat hieruit moet groeien, niet ontstaat door een stuk van jezelf weg te duwen.